Het ontwerp speelt maximaal inspeelde op de bestaande dorpsstructuur. Die wordt gekenmerkt door bouwblokken die zeer permeabel zijn, waarbij de vorm van de publieke ruimte onregelmatig is en vaak loopt tot in het binnengebied of naar het hinterland. De aangrenzende straatwanden zijn opgebouwd uit verschillende typologieën gekenmerkt door een kleine korrel: arbeiderswoningen worden afgewisseld door statige huizen, een halfopen bebouwing of een vrijstaande woning. 
Het is opvallend dat de overgang tussen publieke en private ruimte sterk varieert. Soms is er een zeer strikte scheiding in andere gevallen gebeurt de overgang  gradueel. Door een aantal ruimtelijke interventies die inspelen op de specificiteit van de plek, resulteert in een volumetrie die refereert naar het uitzicht van eengezinswoningen, zodoende dat ze aan sluiten bij de morfologie van de rurale omgeving en de eigenheid van het publiek domein. 

Het is niet privatiseren van  de buitenruimte  is een bewuste keuze, zodat het collectief gebruik van de buitenruimte wordt gestimuleerd. Door het publiek maken van de openruimte krijgen de bewoners de kans om deze vrij in te vullen en toe te eigenen. De ontsluiting van de appartementen gebeurt langsheen informele ruimtes, zoals binnenhoven en steegjes. Dit draagt bij tot een graduele overgang van publiek via semipubliek naar private ruimte (het appartement). 

De open ruimte tussen de bouwblokken fungeert als verticale circulatiezone, waarbij elke woning zijn eigen voordeur krijgt. De ‘Binnenhof’ wordt vormgegeven als een aangenaam pleintje. Aan de hand van doordachte gevelsluitingen en niveauverschillen ten opzichte van het maaiveld wordt de inkijk beperkt en de privacy van de bewoners gegarandeerd.